Iets zoiets kleins

Toen ik dokter werd, hadden ze me van alles verteld over uiteenlopende ziektebeelden, over de onderliggende chemische processen in een cel, over hoe geneesmiddelen dan werkten. Ik had tot den treure geleerd over orgaansystemen, over het samenspel dat leidde tot symptomen. Relevante zaken.

Toen ik dokter was, was die kennis belangrijk, maar in de praktijk leerde ik iets heel anders over zorg en zorgen. Het ging over de waarde van compassie en medemenselijkheid. Zaken waar ik nog nooit over geleerd had, maar juist door de kennismaking met dit soort elementen, merkte ik dat mijn beroep naar een ander niveau ging, dat ik een andere dokter werd. Ik leerde veel meer over de impact van een ziekte op een patiënt en op zijn naasten. Over de impact van details.

Ik moest hier bij een heftige casus waar ik afgelopen week bij betrokken was nog aan denken. Ik ontmoette een echtpaar, waarbij de vrouw, mijn patiente, was opgenomen met extreme vermoeidheid. Aanvankelijk was deze eerst nog door de huisarts geduid als passend bij een onschuldige aandoening, maar pas toen ze hele dagen op bed kwam te liggen, gingen er alarmbellen af. Ze was naar mij verwezen, omdat er 'iets' te zien was op de longfoto, maar het was allemaal veel te laat geweest. In het laboratorium zagen we dat de leverfuncties torenhoog waren en de CT-scan liet naast de longtumor honderden leveruitzaaiingen zien. We hadden nog een punctie van de lever gepland, om de diagnose te stellen, maar die werd afgezegd, omdat haar conditie in de laatste 24 uur ingestort was: ze werd alleen gelegd op een kamer.

Als ik praat met haar en haar man gaat het over wat hen overkomt, de totale waanzin die ze kanker zijn gaan noemen. Ze is stervende. We doen geen verder onderzoek, omdat het allemaal geen zin meer heeft, want een behandeling starten, zullen we niet meer. Ik vertel dat we alle medicijnen stoppen. Tenslotte bereid ik ze voor om afscheid te nemen.


"Hoe lang is ze er nog," vraagt hij.

"Ik weet het niet," zeg ik. "De natuur of diegene waar u in gelooft, heeft de regie."

Ik weet het ook echt niet. Dokters kunnen de prognose niet goed inschatten: ik heb meegemaakt dat ik dagen zei, terwijl de patiënt een uur later overleed of andersom. "Houd elkaar goed vast," ben ik gaan antwoorden. "Veel en vaak."

Als laatste vertel ik ze over de mogelijkheden die we hebben om de familie te begeleiden: een mooie, fijne familiekamer. Een waakmand die gevuld is met boeken, snacks, muziek, gedichtenbundels. Kleine dingen.

Ten slotte vertel ik hen over het koppelbed. We hebben sinds enkele maanden zo'n bed in ons ziekenhuis die we tegen het ziekenhuisbed van een stervende kunnen plaatsen, zodat de partner (of kind of ouder of wie dan ook) dicht tegen zijn geliefde kan slapen. Niet meer slapen op een lamlendige stretcher naast het bed, maar waardig naast elkaar, de armen om elkaar heen waar ze horen bij een afscheid.

De man valt stil. Vol ongeloof kijkt hij mij aan. "Kan ik echt nog tegen haar aan slapen?"

Die blik. Zijn wonderschone blik brandt nu al dagen op mijn netvlies. Ik kan hem maar niet loslaten. Iets zoiets kleins als een speciaal bed.

Als ik een uur later in mijn auto zit, denk ik alleen maar aan die blik. Ik word er zo blij van. Dit is waarom ik arts, zorgverlener geworden ben. Ja, natuurlijk wil ik mensen beter maken, uiteraard doe ik alles om het lijden van een ziekte te verlichten. Ik ben goed uitgerust ik kennis, want ze hebben me van alles uitgelegd over chemo- en immunotherapie en alle mogelijke medicamenteuze en chirurgische interventies bij elke fase van de ziekte. Ik praat er elke dag over, maar wat voor mij telkens het meest van waarde blijkt is om juist in deze laatste fase van het leven, in de fase waarin mensen op z'n kwetsbaarst zijn, waarin intimiteit zo ongekend relevant is, om zoiets in te mogen zetten.

Palliatieve zorg. Deze zorg. Het is een voorrecht. Het is onbetaalbaar. Dit zijn ervaringen die verteld moeten worden, omdat ik het een ieder ander gun.

Het koppelbed. Er zijn meer voorbeelden, maar uit het inzetten van het koppelbed kan ik zoveel voldoening halen. Als ik naar huis rijd, bedenk ik hoe ze daar fysiek samen liggen. Ik probeer in te denken wat ze moeten voelen. Het is geen dure, hoogtechnologische therapie. Maar toch is dit het moment dat ik het trotst ben op mijn vak. Hier mogen honderden colleges in de opleiding over gaan. 'Iets zoiets kleins' kan zo veel betekenis hebben als de dood nabij is.