Onbetaalbaar

Trudy', zegt ze als ze me een hand geeft. 'Ga zitten.' Zelf zit ze al aan een grote tafel in een ruimte die ze de huiskamer noemt. Voor mij is alles nieuw en ik voel me hier inderdaad meteen thuis. In de hoek staan grote diepe banken, er is sfeerlicht van warme lampen, strategisch opgesteld op mooie plekken. Dit is het hospice. Het hospice waar mijn moeder haar laatste dagen zal doorbrengen.

'Zo, zegt ze. 'Jij bent een van de zonen', ter- wijl ze doorgaat met haar breiwerk. Voor haar ligt een trui die voor driekwart af is. Ze werkt gedisciplineerd door en ik kijk geïntrigeerd naar elke omhaal die ze maakt. Het is indruk- wekkend met welke precisie en snelheid ze uit vele draden dit kunstwerk maakt. 'Voor mijn kleinzoon', glimlacht ze. Haar consta- tering dat ik een van de zonen ben, nodigt me uit om te praten. Over mijn moeder die een vertrek verder aan het sterven is. Over de impact die het op mijn vader, mijn familie en mij heeft. Over het verdriet van een hersentumor. Over het gebrek aan contact dat we met haar hebben, omdat zij ergens in een diepe slaap tussen hemel en aarde bivakkeert, in ieder geval in een ruimte waar wij niet kunnen of mogen zijn. Over de krater die dit eenzijdige afscheid slaat. De pijn. En zij luistert, stil, maar aandachtig in die huis- kamer met die mooie grote lampen. Dat blijft me zo bij. Ze luistert zo lang, zo aandachtig en zo stil.

Er zijn in mijn leven weinig dagen geweest waarop het leven zo intensief geleefd werd. Opmerkelijk is dat ik me nu, negen jaar later, nog altijd elk detail kan herinneren. Ik weet bij voorbeeld nog precies hoe Trudy eruitziet. Ik ken de kleuren van de peutertrui die ze maakt, terwijl we zo'n fijn gesprek hadden. Het is nog veel breder: ik kan me elk gezicht, elke naam van elke vrijwilliger en verpleeg- kundige herinneren. Elke gebeurtenis op deze warme dagen in augustus 2010 is in mijn geheugen gegrift en zullen nooit de kans krij- gen daaruit te verdwijnen. Soms spelen ze, in een moment van mijmering, opnieuw af door mijn hoofd als een film. Het is een feel good movie, omkaderd met rauwzwarte kanten.

Mooie herinneringen, beslist verdrietig, maar bovenal mooi. Wat daarin vooral bijblijft is dat Trudy en de andere vrijwilligers van het hospice er alles aan doen om ons verblijf zo goed mogelijk te maken. Ik heb zelden zoveel compassie in de zorg gezien als in dit hos- pice, welke bijna helemaal door vrijwilligers wordt gerund.

Het is ook zo individueel gericht. Mijn familie bestaat deels uit zorgverleners. Misschien hebben ze wel gedacht: daar komt die familie met die arts-in-opleiding, die fysiotherapeu- ten. Misschien zijn ze bang geweest dat wij mee zouden willen denken over het medisch of verpleegkundig beleid. Maar niets van dat alles. We zouden dat niet willen, maar ook had het in het geheel niet gehoeven. In die laatste dagen, hebben we echt afscheid kunnen nemen en het leven van mijn moeder kunnen vieren zoals wij dat wilden, mede door de zichtbare en onzichtbare rol die de vrijwilligers daarbij gespeeld hebben.

De zorg in de laatste levensfase bestaat uit goede medicijnen om eventueel lijden te verlichten. Maar hier werd me door vrijwil- ligers geleerd dat aandacht van zorgverleners - het echte luisteren en het 'er gewoon maar zijn' - de cruciale waarden zijn om afscheid te nemen.

Beste mensen, dank voor wat u allen zo onbaatzuchtig doet voor al diegenen die in deze zo kwetsbare en intieme fase van hun leven zijn aanbeland. Voor de stervenden, maar vooral ook voor diegenen om hen heen. Als de film weer eens afspeelt en ik Trudy weer zie breien. Als ik weer voel wat ik die avonden voelde, besef ik eens te meer dat u zo prachtig de woorden belichaamt die Cicely Saunders, de stichtster van de hospicebeweging uitsprak:

'You are you and you matter to the last moment of your life. We will do all we can, not only to help you die in peace, but also to live to the last moment of your life.'

Onbetaalbaar