Niemandsland

05-02-2020

Het is dinsdagmiddag en dit keer bespreken we geen patiënten tijdens het overleg van het Palliatief Team van mijn ziekenhuis. Dit keer gaat het over een indrukwekkend artikel van televisiemaker Joost Prinsen over het sterven van zijn vrouw Emma.

De internist leest het stuk voor en wij luisteren. Geëmotioneerd.


Het blijft even stil na die prachtige laatste zin. Het artikel heeft me geraakt, en ook de mensen om me heen, veelal doorgewinterde zorgverleners in de palliatieve zorg, het vakgebied dat zich bezig houdt met de zorg voor mensen die niet meer beter worden.

Binnen ons medisch en verpleegkundig handelen hebben zorgverleners de ruimte om lijden in de stervensfase goed te verlichten. Deze ruimte is een optelsom van intuïtie, ervaring en compassie. Richtlijnen en protocollen vormen dan een vangrails, maar de weg is breed. Ik voel me gewapend om het juiste te doen in vele situaties. Omdat in dit stervensland de regels duidelijk zijn, het sterven zichtbaar is en we de ruimte kunnen grijpen om het lijden te verlichten. 

Bij uitzondering is deze fase het hartverscheurende land dat Joost zo prachtig beschrijft. Een niemandsland waar niets zwart-wit is, waar zelfs de grenzen niet afgebakend zijn, een land van enkel grijstinten. Want wie durfde te bevestigen dat Emma echt zou sterven, toen haar darmen weer gingen werken. Wie durfde te beweren dat het afscheid echt in zicht was, toen ze weer beter leek te worden. In dit niemandsland is de zorgverlener een ongezekerde koorddanser die balanceert op een draad tussen leed verlichten en leed veroorzaken.

De dokters die beschreven werden, ken ik niet persoonlijk, maar ik ken wel de situatie waarin ze zich bevonden. Een van deze dokters ben ik ook. 

Maar ook ik ben de lezer van dit stuk. Ook ik riep dat hier krachtiger ingegrepen had moeten worden. Maar ook dat was achteraf, in een comfortabel na-land waarin alles duidelijk is. Soms is rond de rauwheid van het sterven helemaal niets duidelijk en verwordt alles om je heen tot dit grijze niemandsland. 

De grootste troost vind ik als dokter en lezer dan ook in de laatste zin van dit prachtige en knellende stuk. De intimiteit, de handen die elkaar vastpakken. Als alles onzeker is, is er altijd nog de liefde.


Met dank aan: Joost Prinsen.