A note to his doctor

07-07-2018

Het verhaal van deze 81-jarige man zal ik niet snel vergeten, want hij brengt een denkpatroon aan het licht, waarvan ik dacht en hoopte die al lang afgeschud te hebben. Het brengt me terug bij de essentie van mijn vak: luisteren en nooit zomaar invullen. Een kunstfout.

Voor zijn leeftijd is het een buitengewoon vitale man. Al vijftien jaar was hij geen boer meer, maar het eelt op zijn grote handen getuigt dat hij zijn passie van het buitenwerk niet met rust gelaten heeft. De groeven op zijn gelaat verraden dat zijn leven zich ook nu grotendeels buiten in de zon afspeelt. Het is een wat typische noordeling, een man die alleen het hoogst noodzakelijke zegt. Zijn zoon, naast hem, voert merendeels het woord. In de laatste weken heb ik ze meerdere keren ontmoet, omdat de man bloed ophoestte. We hadden meteen een CT-scan gemaakt en die toonde een tumor in het centrum van zijn rechterlong, zoals we verwacht hadden. Al snel bleek dat de kwaadaardigheid zich niet beperkte tot de borstholte. Op de PET-scan werd ook in zijn lymfeklieren in de buik, in de lever en botten onheil gezien.

'Uitgezaaide longkanker. Ik ga dus dood.' herhaalde hij mijn boodschap tijdens het slechtnieuwsgesprek. Ik knikte. 'Onvermijdelijk.'

Als hij weer zwijgt, terwijl hij mij nauwgezet observeert, bemerk ik dat ik me wat ongemakkelijk voel. Ik kan de actuele reactie van hem en die van zijn zoon niet goed peilen. "En nu?," hoor ik.

Ik draai ongemakkelijk op mijn stoel en begin te praten over een behandeling waartoe ik mij uitgenodigd voelde: "Kleincellige longkanker gedraagt zich in het algemeen agressief. Er zijn veel celdelingen in korte tijd en dat biedt naast de nadelen ook belangrijke voordelen: in het algemeen is deze vorm van kanker erg gevoelig voor chemotherapie. We zien vaak snel een fors resultaat. Hoewel het beslist niet genezend is, neemt de levensverwachting wel duidelijk toe: van gemiddeld zes weken zonder behandeling naar gemiddeld negen maanden met behandeling." 'We moeten wel snel beginnen,' voeg ik nog toe, want nu bent u nog in goede doen.

Dan doorbreekt hij zijn zwijgen: "Beste dokter. Ik laat me niet behandelen. Al win ik er meer tijd mee dan u schetst. Ik heb geen zin om in de laatste fase van mijn leven alleen nog maar bezig te zijn met chemotherapie, bijwerkingen, scans, mogelijkheden, onmogelijkheden, parkeerplaatsen van ziekenhuizen en -met alle respect- dokters." Ik deins achteruit, omdat de felheid me overvalt, terwijl ik besef dat ik zijn "En nu?" als wedervraag had moeten stellen. "Het is zo goed geweest. De laatste week met die scan en ook 'het kijkonderzoek' (hij doelt op de bronchoscopie) waren voor mij als persoon een kaalslag. Dit is zo precies wat niet bij mij past, me onzeker maakt. "Vindt u het goed dat ik voor deze eer bedank?"

Hij zet mij terecht op mijn plaats. De besliskunde in de geneeskunde is zo veel complexer dan ik ooit dacht. Niet zelden voel ik de druk van de verantwoordelijkheid van een advies op mij en vaak is dat heel belangrijk. Maar wat voor de een geldt, kan voor de ander weer heel anders zijn. De essentie van zorg ligt vooral in heel goed luisteren. Het levensperspectief van de patiënt is doorslaggevend. Ook al is deze man zeer vitaal, zijn er zeer reële behandelopties waarin de levensverwachting substantieel kan toenemen en vind ik er van alles van, het doet er niet toe.

Als ik 's avonds naar huis rijd, denk ik ineens aan de prachtige zinnen van een gedicht dat ik al jaren bewonder: 'There is more to tragedy than dying.'

Bron gedicht: New England Journal of Medicine