Kracht van Twitter

20-10-2018

Aan het begin van een prachtige donderdagavond gaat de telefoon. We zitten in de tuin, het is opmerkelijk warm voor de tijd van het jaar. De bladeren van de bomen om ons heen zijn al bruin, maar de zomerstralen vechten zich er alsnog doorheen. Het lukt ze nog net. Ik kijk naar de tijd. Een raar tijdstip voor een telefoontje. 18.23 uur. We moeten eten.

Het is een bekende verpleegkundige die me via Facetime belt. Ik ken haar uit mijn opleidingstijd. Altijd als ik haar naam zie, denk ik terug aan een huwelijk dat we samen met anderen regelden voor een jonge, stervende longkanker patiënt. Het lukte nog net op tijd. Een verhaal dat ik niet snel zal vergeten.

Ik neem op en hoor in haar stem dat ze onder grote spanning staat. Haar woorden vormen nauwelijks zinnen meer. Het blijven zinsdelen, kort en krachtig versneden in de essentie: "Jonge patiënt. Een veertiger. Kinderen. Net te horen gekregen dat hij gaat sterven. Waarschijnlijk vanavond al. Of vannacht. Sander. Het is net als toen. Hij wil nog trouwen."

Ik val stil, maar probeer alert te reageren. "Waarom bel je mij? Bel de gemeente!" Ik haper als ik de woorden zeg, omdat ik besef dat het gezien het tijdstip een onzinnige opmerking is."

Hebben we gedaan. Ze zijn al dicht. Niemand meer bereikbaar. We bellen nu naar iedereen. Andere gemeenten. Vrienden. Collega's. Naburige hospices. Zonder resultaat. Weet jij nog wat?"

Ik antwoord dat ik geen flauw idee heb wat we kunnen doen. Ze wacht mijn antwoord nauwelijks af en legt al neer. Ze heeft haast. Op zoek naar mogelijkheden om toch te doen wat nu gedaan moet worden.

Een minuut denk ik na. Ik kan maar een optie bedenken. Social media kent vele nadelen, maar soms ook voordelen. "De kracht van Twitter," fluister ik. "Gevreesd om zijn genadeloosheid". Ik bel terug en leg het voor. De verpleegkundige twijfelt en geeft me de behandelend arts aan de lijn. Ook twijfel en hij zegt het met de patiënt zelf te willen overleggen. Na veertig seconden belt hij terug: 'Doe het. Doe het. De patient geeft nadrukkelijk toestemming'.

Ik plaats de tweet: "In een ziekenhuis in Groningen heeft een man net te horen gekregen dat hij gaat sterven. Mogelijk vanavond al. De gemeente is al dicht. Wie kan helpen om hem te laten trouwen @gem_groningen."

Wat er dan gebeurt is met geen pen te beschrijven. Binnen drie minuten is de tweet 160 keer geretweeted en krijg ik zowel het telefoonnummer van een gemeenteraadslid als een wethouder in mijn DM. Ik bel de eerste, leg het uit en geef het telefoonnummer van de behandelend arts. "Ik ga het proberen," zegt hij zonder enig spoor van twijfel.

Wat er dan gebeurd moet zijn, is wonderschoon. Ik word fragmentarisch op de hoogte gehouden. De burgemeester van mijn stad, een wethouder, de gemeentesecretaris, een trouwambtenaar en de officier van justitie die uiteindelijk binnen no time toestemming verleent. Allerlei kleine radartjes zorgen voor iets heel groots.

Na twee uur is de trouwambtenaar in het ziekenhuis ter plekke en hoor ik dat het huwelijk zal beginnen. De verpleegkundige (die me ook nog even vertelt dat ze eigenlijk dagdienst heeft en al lang naar huis had moeten zijn), is in de haast gevraagd om te getuigen. "Een bizar grote eer", roept ze nog. Ik heb soms moeite om het woord compassie precies te definiëren, maar ik geloof dat zij het begrip met grote precisie belichaamt. Dit is zorg. Dit is waar zorg om gaat.

Een andere wethouder van de stad stuurt me een bericht: "Kan ik nog helpen?" Een wildvreemde trouwambtenaar aan de andere kant van het land dm't me: "Ik zit nu in de auto en kan er binnen twee uur zijn." Het is prachtig, zo prachtig, maar het blijkt allemaal niet meer nodig te zijn.

Een kwartier later krijg ik het bericht: "Het is gelukt. Ze zijn getrouwd". Ik kijk naar de woorden op mijn telefoon. Wat een moment binnen dit intense verdriet dat zich op slechts enkele kilometers afspeelt.

Ik heb geen flauw idee om wie het nu eigenlijk gaat en al die anderen vast ook niet. Ik ben er stil van. Zovelen deden zomaar wat nodig was.

Lees meer over 'Slotcouplet', een boek met verhalen over palliatieve zorg vanuit het perspectief van longarts Sander de Hosson.